DPD lanceert Total Zero, een initiatief waardoor alle pakketten van DPD vanaf juli CO2-neutraal zullen worden getransporteerd en dat zonder meerkosten voor de klant. “Onze grote klanten zijn vragende partij, maar ook DPD vindt het belangrijk om een groene organisatie te zijn”, zegt Marc Morioux, sinds enkele maanden managing director van DPD Belux. Naast zijn groene visie, geeft hij aan Value Chain ook zijn algemene visie op de markt.
Het engagement van DPD om CO2-neutraal te transporteren, houdt drie stappen in: het meten van de uitgestoten CO2, het verminderen van de CO2 die door DPD wordt geproduceerd en het neutraliseren van de uitstoot. Voor dat laatste gaat DPD in zee met het Franse bedrijf CDC Climat, die CO2-certificaten uitreikt voor CO2-compensatieprojecten. De onderneming investeert in CO2-activa, hetzij rechtstreeks, hetzij in de vorm van innovatieve CO2-fondsen die openstaan voor langetermijninvesteerders en gericht zijn op het verminderen van de CO2-emissies met 60 miljoen ton in 2014. De initiatieven die door DPD zullen worden ondersteund, zijn erg uiteenlopend: van overzeese initiatieven tot meer lokale projecten in Europa.
Het Total Zero-principe wordt vanaf juli 2012 toegepast in de vijf grootste markten van DPD: Frankrijk Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Nederland en de Belux-regio. Die landen zijn goed voor 80% van de omzet van moedermaatschappij GeoPost. In totaal gaat het om ongeveer 500.000 ton CO2-emissie per jaar – afkomstig van gebouwen, verpakkingen en transport - die zullen worden gecompenseerd. Daarvoor wordt door GeoPost een bedrag van vijf miljoen euro uitgetrokken. DPD verwacht dat dit bedrag jaar na jaar zal dalen, evenredig met de impact van maatregelen om de CO2-uitstoot te verminderen.
Doelstelling van Total Zero
Het Total Zero-project kadert in de doelstelling die DPD in 2006 vastlegde: tegen 2015 20% minder CO2 uitstoten. Daartoe lanceerde de organisatie ook tal van andere initiatieven. Zo maakt DPD in Nederland gebruik van de ecocombi’s en rijden heel wat bestelwagens op aardgas. In Parijs werd onder de Place de la Concorde een overslagpunt ingericht. Grote vrachtwagens op aardgas brengen de pakketten naar de Parijse binnenstad, waarop vervolgens de pakketten via transportfietsen en elektronische wagens worden verdeeld. In België wordt onder meer ingezet op lichtschakelaars met bewegingsmelders en energiezuinige lampen. Daarnaast is er een duurzaam partnership met DPD Nederland, waarbij door een verbeterde routeplanning rijafstanden tot 30% kunnen worden verminderd. Ook rijdt vandaag in België 5% van de 300 DPD-voertuigen op aardgas. “DPD wil hier graag verder in gaan, maar België heeft te weinig gasstations omdat de exploitatievergunningen moeilijk te krijgen zijn. In Nederland en Luxemburg staan we hierin veel verder”, zegt Marc Morioux en hij vervolgt: “We hebben geen eigen voertuigen, maar werken daarvoor samen met onderaannemers. We proberen hen zoveel mogelijk te stimuleren – ook financieel - om naar aardgas om te schakelen.”
Marc Morioux zegt met het initiatief niet uit te zijn op extra business. “Grotere klanten van ons zijn er echt mee bezig, zoals bijvoorbeeld Levi-Strauss en Nespresso. De kleinere klanten schenken er voorlopig nog minder aandacht aan. Het initiatief komt er enerzijds op vraag van de klant, maar in de eerste plaats willen wij zelf een groene organisatie zijn. Je ziet dat onze concullega’s aan een soort ‘greenwashing’ doen, maar de klanten betalen finaal altijd zo’n 2% extra. Wij nemen dat nu voor eigen rekening.”

Marc Morioux, managing director van DPD Belux: “We merken dat er een sterke verschuiving naar de b2c-markt plaatsvindt.”
Kijk op de toekomst
Marc Morioux is sinds vijf maanden managing director van DPD Belux. Daarvoor was hij elf jaar financieel directeur bij de organisatie. Bepaalt dat mee het beleid?
M. Morioux: “Iedereen legt wel een beetje zijn eigen klemtonen. Mijn voorganger kwam uit de commerciële wereld en daarvoor stond er een operationele man aan het stuur van DPD Belux. Zelf ben ik sowieso gefocust op cijfers, maar ik ben wel een generalist. Zo boeit het operationele luik me enorm. Sales is nieuwer voor mij en vraagt wat meer inwerktijd, maar DPD heeft een strategisch plan – waar ‘groen’ een deel van uitmaakt –, dus de hoofdlijnen van het beleid liggen vast.”
De doelstelling van DPD is om de komende jaren extra marktaandeel te halen en zo in elk Europees land waar het bedrijf vertegenwoordigd is minstens ‘speler nummer drie’ te worden. Moedermaatschappij GeoPost is momenteel de tweede grootste pakketleverancier in Europa, na DHL. DPD staat in heel wat landen, zoals Duitsland, Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, ook in de top drie genoteerd. België hinkt hier wat achterop, met een vijfde positie in ons land. “Dit jaar zullen we een omzet van 70 miljoen euro realiseren. Onze groeicijfers zijn vrij ambitieus maar we proberen dit te realiseren, in eerste instantie via organische groei”, aldus Marc Morioux. “Wat de Belgische situatie speciaal maakt, is dat we – samen met Nederland – de toegangspoort tot Europa zijn. Het exportvolume is ook hoog: de helft van de pakketten is bestemd voor het buitenland. Dat terwijl in landen zoals het Verenigd Koninkrijk 85% van de goederen voor de binnenlandse markt bestemd is.”
En er zijn volgens Marc Morioux nog verschillen tussen België en bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk: “Bij onze collega’s in het Verenigd Koninkrijk zien we dat de helft van de zendingen voor de b2c-markt zijn. In België ligt het aandeel van de b2c-markt nog op zo’n 12% à 15%. Maar we merken dat er een sterke verschuiving plaatsvindt. Steeds meer van onze klanten worden ‘hybride klanten’, die zowel een beroep doen op DPD voor b2b- als voor b2c-leveringen. Dat gaat samen met de sterke opkomst van e-commerce. Typisch voor deze ontwikkeling is dat de eindklant veel centraler komt te staan. Zo lanceren we momenteel enkele nieuwe servicemogelijkheden waarbij we de eindklanten binnen een bepaald tijdslot zullen beleveren. Via sms of e-mail zullen we de klanten vragen wanneer ze de komende dagen thuis zijn en het liefst worden beleverd. Zo kunnen we onze ‘first hit rate’ verbeteren. Dat is efficiënt, bespaart kosten en is tegelijkertijd goed voor het milieu. In het Verenigd Koninkrijk hebben ze door deze werkwijze een ‘first hit rate’ van 96%. Wij zijn pas opgestart, dus we hebben nog geen resultaten. Dat is voor een volgend gesprek.”